Verschillende niveaus van leren in de praktijk

Slimmerdanik.nl

Een praktijkvoorbeeld:

In de periode die ik ter beschikking heb, ben ik bewust bezig met de opbouw van vaardigheden en kennis. Dit betekent eerst lessen in de verschillende wetgeving die er is, het creëren van een goed beroepsbeeld en de basis vaardigheden aanleren die ze moeten beheersen. Ik begeleid ze nog veel, want hiermee leg ik de basis van de rest van de opleiding. Ik pols ook regelmatig of ik niet te snel ga of dat ik ze een te grote overload aan informatie verschaf. Omdat het per leerling en zelfs per les kan verschillen welke leerling wat aan informatie kan verwerken, geef ik ze ook regelmatig zelf keuzes. Ze mogen kiezen wat ze op welk moment willen beoefenen, waar ze aan de opdracht willen werken en op welke manier ze de opdrachten met mij terug willen koppelen. Door ze hier van begin af aan keuzes in te geven, bereid ik ze al voor op hun toekomstig beroep. Daar moeten ze ook zelf keuzes maken wanneer ze welk werk gaan doen.
 
De opbouw van de lessen zijn nog wel redelijke kant en klare brokken, dat betekent dat het eerste toetsmoment in die fase ook gericht moet zijn op het toetsen van de kennis en vaardigheden. Het is vooral vraag-antwoord of minder complexe opzoekopdrachten. Na het eerste toetsmoment ga ik dan de opdrachten wat complexer maken. Dat kan door ze aan meerdere opdrachten tegelijkertijd te laten werken, door meer tijdsdruk te geven of door te werken met casuïstiek waarbij meerdere onderwerpen en/of vaardigheden door elkaar heen lopen. Mijn begeleiding wordt hierbij al iets minder. Ik probeer zoveel als mogelijk per leerling in de gaten te houden wat hij aan begeleiding nodig heeft en of hij wel genoeg vooruitgang laat zien.
 
Na deze periode volgt het tweede toetsmoment. Op dit moment verwacht ik van ze dat ze al complexere vraagstellingen aan kunnen en dat ze al een lichte analyserende vaardigheid ontwikkeld hebben. Wanneer ze bijvoorbeeld een advies over wetgeving moeten geven, verwacht ik dat ze de wetgeving kunnen interpreteren, analyseren en omzetten naar een praktisch advies. Ook kunnen ze gegevens uit verschillende IT systemen halen, dit omzetten in een overzichtelijke rapportage en deze rapportage analyseren. Het is dus belangrijk om de toetsvragen zodanig in te richten dat ook dit niveau van leren getoetst wordt
 
In de derde periode krijgen de leerlingen de kans om zich te verdiepen, verbreden of bij te laten scholen op nieuwe en bestaande onderwerpen. Ze kunnen de link naar de praktijk leggen omdat ze ook tussendoor meerdere stageperiodes gehad hebben en weten wat er van hun verwacht wordt. In deze periode is de begeleiding van mijn kant minimaal. Ik probeer wederom per leerling te geven wat hij nodig heeft. Dat betekent dat ik voor de ene leerling extra casuïstiek moet geven zodat hij snel en veel kan oefenen. Met de andere leerling drink ik een kop koffie en filosofeer ik over lastige vraagstukken en bijkomende afwegingen, met de volgende leerling praten we over prestaties die hij al eerder geleverd heeft en spreek ik mijn vertrouwen uit voor de toekomst en bij de laatste leerling spreek ik hem streng toe zodat hij wakker geschud wordt omdat het gedrag wat hij laat zien hem niet helpt bij zijn ontwikkeling. Dit alles lijkt minder intensief voor de docent, maar kost wel degelijk vaardigheden om mensen in te schatten en uit te vragen wat ze nodig hebben. In deze fase moeten de leerlingen dus ook geleerd hebben hoe ze erachter kunnen komen wat ze nodig hebben en komen ze ook met een plan bij mij, zodat ik weet wat hij denkt dat hij nodig heeft. Natuurlijk gebruik ik mijn ervaring om de leerling ook nog iets extra’s mee te geven, waarvan ik denk dat het hem zal helpen. Het laatste toetsmoment is een Proeve van Bekwaamheid (PvB) waarin die toekomstige beroepsomgeving nagebootst wordt en de leerling de kans krijgt te laten zien dat hij alle kennis en vaardigheden die nodig zijn in kan zetten wanneer dit nodig is.
 
De leerlingen zijn vaak best gespannen voor een PvB omdat zij het idee hebben dat hier alles vanaf hangt. Feitelijk is dat ook zo, maar in de praktijk zorg ik dat ik regelmatig de leerlingen duidelijk maak of ze op schema liggen qua ontwikkeling of dat ik ergens uitdagingen zie ontstaan. Ze weten altijd waar ze aan toe zijn en dat vertel ik ze ook. In de laatste dagen voorafgaande aan de PvB geef ik ze ook zelfvertrouwen en laat ik ze weten dat ik me geen zorgen maak. Ook na de PvB is dat nog hard nodig. Met name de leerling die teleurgesteld is in het resultaat kan nu wel een deuk in zijn zelfvertrouwen opgelopen hebben en dat terwijl hij nu in de praktijk aan de slag moet. Juist dan zorg ik dat ik nog de tijd neem om met die leerlingen te praten zodat ze met zoveel mogelijk zelfvertrouwen aan de slag kunnen.
 
Dit is de basis van hoe ik de Taxonomie van Bloom in de praktijk toepas. Je merkt al dat het niet één vaardigheid is die je moet beheersen. De rol van de docent veranderd ook in de verschillende stappen van de Taxonomie. Als docent moet je daar ook flexibel in zijn. Als laatste zie je ook dat de manier van toetsen aangepast dient te worden. Iets wat voor sommige docenten misschien een ver van je bed show lijkt, maar probeer invloed uit te oefenen op de manier waarop getoetst wordt of wat de leerling moet kunnen laten zien tijdens de toets. Pas de vragen aan op het niveau wat de leerling nodig heeft om later goed te kunnen functioneren. Een leuke uitdaging die je zeker aan moet gaan!