Een goede lesvoorbereiding

Het kan voor sommige mensen zo simpel zijn, die gaan op zo’n natuurlijke manier met de leerlingen om. De leerlingen hebben respect voor hem of haar. Ze luisteren en nemen dan ook dingen aan. Dit is toch iets wat iedereen die lesgeeft graag zou willen?

Al doende zal je leren

De klas ziet dat je de les goed voorbereidt hebt en altijd gestructureerd werkt. Verschillende studies tonen aan dat leerlingen in hun tienerjaren een grote behoefte hebben aan structuur en duidelijkheid. Ze zitten immers al in een leeftijdsfase waarbij er zoveel veranderd voor ze! Dus breng de discipline op om elke les opnieuw zo goed mogelijk voor te bereiden en elke les weer zoveel mogelijk volgens dezelfde structuur te werken.

In het begin is dit misschien lastig, maar uiteindelijk zal ook jij net zoals jouw ervaren collega worden die zijn klas altijd onder controle houdt. Dit kun je bereiken door de eerste keer dat je een les moet gaan geven ruim voldoende voorbereidingstijd te nemen. Zeker wel 2x de lengte van je les, misschien zelfs nog wel meer. Begin dus op tijd! Het heeft geen zin om als een kip zonder kop je op de voorbereiding te storten. Dit zou onnodig tijd kosten. Daarom moet je wel op een didactisch verantwoorde manier werken. Niet alleen voor de klas, maar ook tijdens de voorbereiding van je les. Didactiek is de manier waarop je kennis of vaardigheden overbrengt. Hier ga je al over nadenken door antwoord te geven op 8 vragen. Dit worden ook wel didactische kernvragen genoemd.

8 didactische kernvragen

Om er zeker van te zijn dat je overal aan denkt zijn er 8 vragen die je kan beantwoorden. Dit noemen we de 8 didactische kernvragen. Samen vormen zij jouw Didactische Analyse (DA). Door in de voorbereiding elke keer dezelfde structuur te gebruiken wordt het een automatisme en zal je het steeds sneller kunnen invullen. Om je beeld te geven bij de manier waarop je deze 8 didactische kernvragen gebruikt heb ik een voorbeeld genomen van een les die ik heb gegeven. De les gaat over het kennis hebben van een warming-up en deze ook voor kunnen bereiden. Deze vragen kan je echter voor elk type les gebruiken. Klik op de vragen voor de antwoorden die ik voor deze les in mijn Didactische Analyse gezet heb.

Ik heb twee leerdoelen.

1. Uit kunnen leggen waarom een goede warming-up belangrijk is voor het lichaam.
2. Een complete warming-up voor kunnen bereiden.

Tip: Let erop dat een leerdoel meetbaar moet zijn en een norm aan moet geven.
In dit voorbeeld is het “uit kunnen leggen” en “voor kunnen bereiden” heel goed meetbaar.
De norm is gesteld met “belangrijk voor het lichaam” en “complete”.

De aanvangssituatie is dat de leerling al veel heeft gesport onder leiding van een sportdocent, maar nog niet eerder zelf een warming-up heeft verzorgd. Hij zal dus al wel enige kennis bezitten, maar hier misschien nog nooit bewust over nagedacht hebben. Ik geef de les aan het einde van de dag, dus de leerlingen kunnen moe zijn en moeite hebben met concentreren. Verder hou ik er rekening mee dan ik maximaal een uur de tijd heb.

Hier bepaal ik de volgorde van de leerdoelen en kijk naar een logische opbouw. Denk hierbij aan bekend naar onbekend of makkelijk naar moeilijk.

Nu beslis ik de leerdoelen in deze volgorde te geven:

1. Uit kunnen leggen waarom een goede warming-up belangrijk is voor het lichaam.
2. Een goede warming-up voor kunnen bereiden.

De meest bekende leeractiviteiten zijn horen, zien, luisteren en vertellen. Maar er is nog veel meer. Ik wil nu dat de leerling kort gaat luisteren, vervolgens een goed voorbeeld ziet en als laatste zelf gaat voorbereiden en verwoorden.

In deze les ga ik een korte voordrachtsvorm gebruiken om het onderwerp te introduceren. Vervolgens gebruik ik de gespreksvorm om de aanwezige kennis naar boven te halen en als laatste de opdrachtvorm om ze zelf een warming-up te laten maken.

Er zijn veel verschillende groeperingsvormen. Zo heb je bijvoorbeeld de traditionele opstelling, carré, open carré, op linie of de halve cirkel. Hier moet je van tevoren over nadenken. Omdat ik een gesprek met de klas wil gaan voeren, kies ik ervoor om de klas in een open carré neer te zetten.

Je hebt een oneindig ruime keuze uit onderwijsleermiddelen. Ik kies ervoor om een whiteboard te hebben, zodat ik aantekeningen kan maken tijdens de discussie. Daarnaast heb ik een smartboard/TV met geluid nodig om mijn filmpje te kunnen laten zien.

Hier bepaal je de gewenste eindsituatie van de leerling en het gewenste verloop van de les. Om dit te controleren bereid ik controlevragen over de inhoud voor, dus over de warming-up. Om erachter te komen of de leerlingen mijn les als prettig ervaren hebben, bereid ik ook vragen voor die over de opdracht gaan. Vonden ze de opdracht te moeilijk en hadden ze genoeg tijd?

Maak een lesplan

Wanneer je goed kijkt heb je in principe je les nu al klaar. Je weet wat je moet geven, hoe, waar en in welke volgorde. Maar om een goede les te geven is het wel belangrijk dit overzichtelijk in een lesplan te zetten. Een lesplan is persoonlijk plan van aanpak over de les die jij wilt geven. De gouden tip hierbij is om dit lesplan mee te nemen de les in en ook vooral te gebruiken! Het is niks geheims, dus kijk er niet stiekem op. De leerlingen mogen best weten dat jij hun les goed hebt voorbereid. De leerlingen zijn immers belangrijk genoeg om een goede les te krijgen.

In de praktijk betekent dit dat je vooral in het begin met deze voorbereiding meer tijd kwijt zal zijn dan dat de les gaat duren. Maar deze les bewaar je natuurlijk voor volgend jaar of de volgende klas. Dan kan je hem zo uit de kast pakken, nakijken en gebruiken. En wanneer je vaker met dit principe werkt kost het elke keer weer minder tijd. Je weet al waar je aan moet denken en daardoor gaat het steeds automatisch en sneller. Dus blijf de discipline opbrengen om de lessen met een vaste structuur voor te bereiden.