Wanneer je de leiding hebt over een groep mensen is het belangrijk om van alles dat je samen doet te leren. Om dat te bereiken kennen we twee soorten groepsevaluaties. De productevaluatie en procesevaluatie. Wat de verschillen zijn en hoe je deze verschillende evaluatievormen toe kunt passen lees je op deze pagina.




Of je nu werkzaam bent voor de klas, als teamleider of als de allerhoogste directeur, je ontkomt er niet aan om regelmatig te luisteren naar de mensen in je groep. Je kan ervoor kiezen om dit niet te doen en alleen maar naar je eigen mening en gedachten te luisteren, maar uiteindelijk zal dit ten koste gaan van de motivatie van jouw leerlingen of mensen. Voor het leesgemak zal ik in dit artikel een voorbeeld gebruiken van een lessituatie in de klas met leerlingen. Maar het mag duidelijk zijn dat deze manier van evalueren in elke andere omgeving waar met mensen gewerkt wordt gebruikt kan worden! Heb je een concreet voorbeeld waar je vragen over hebt dan kan je die op het Forum, FacebookpaginaTwitter of in het Contactformulier plaatsen en dan zoeken we samen naar een zo goed mogelijke manier om te leren van de meegemaakte situatie.

Het voorbeeld: Ik heb net heel de ochtend les EHBO gegeven aan een klas van 20 leerlingen. Ik had deze les goed voorbereid en heb me aan het lesplan gehouden. Ik heb daar dus best wel veel voorbereidingstijd in gestoken. Maar heb ik nu mijn doel bereid? Dit weet ik pas nadat ik met de groep gesproken heb. Dit ga ik doen door middel van een evaluatie.

Productevaluatie.

Het doel van de productevaluatie is erachter komen of de leerstof goed is aangekomen bij de leerlingen. Ik kan mijn verhaal helemaal verteld hebben zoals ik het had voorbereid, maar misschien is dit niet goed overgekomen. Dit ga ik dus aan het einde van mijn les controleren. Dit kan ik doen door:

A. Vragen te stellen;
i.   In toetsvorm.
ii.  Klassikaal bij enkele leerlingen.
iii. Ik gebruik een creatieve manier om de leerlingen ook aan het einde van de les een activerende werkvorm te laten gebruiken.




Welke vorm je gaat gebruiken is afhankelijk van de tijd die nog voor de les resteert en welk soort leerdoel je voor deze les had bepaalt. Omdat ik dit een belangrijk onderdeel van mijn les vind, heb ik hier vandaag veel tijd voor over willen en kunnen houden. Ik heb net de les EHBO gegeven en een leerdoel van deze les is om op de juiste manier de hartslag van een slachtoffer te kunnen controleren. Ik kan een leerling a) vragen mij te vertellen hoe je dit moet doen, b) een andere leerling vragen of dit klopt en c) een andere leerling vragen om het voor te doen. Als laatste kan ik weer een andere leerling d) vragen of hij dit goed gedaan heeft. Ik heb nu met één praktijkopdracht die uitgevoerd is door één leerling, vier leerlingen kunnen controleren. Op deze manier kan je controleren of zowel de theoretische als praktische kennis is overgekomen.  Nu heb ik een goede indruk of de leerstof bij deze leerlingen goed overgekomen is. Het liefste gebruik je hierbij een activerende werkvorm.

De mogelijkheden van activerende werkvormen die je kan gebruiken om een productevaluatie leuk en leerzaam te houden zijn eindeloos. Klik hier voor de uitleg van activerende werkvormen en voor nog meer voorbeelden en ideeën voor de uitvoering van een evaluatie.

Procesevaluatie.

De leerstof kan goed aangekomen zijn bij de leerlingen, maar de volgende stap is om erachter te komen of de manier waarop ik de leerstof heb overgebracht voor deze leerlingen ook wel prettige manier was. Hier kan ik persoonlijk een hele duidelijke mening over hebben, maar ik kan misschien ook wel wat leren van opmerkingen die de leerlingen maken.
Dit kan ik heel simpel doen door een startvraag te stellen. Ik heb net de les EHBO gegeven en heb de leerlingen heel de ochtend alleen maar laten lezen over hoe ze de hartslag van een slachtoffer op moeten meten. Ze kunnen mij nu heel goed vertellen hoe ze dit moeten doen. Mijn startvraag zal zijn: “Ik heb ervoor gekozen om jullie heel de ochtend dit boek te laten lezen, wat vinden jullie daarvan?” Hoogstwaarschijnlijk zal ik de kritiek krijgen dat het erg saai was en dat ze dit na een half uur ook wel geweten zouden hebben. Omdat ik open moet staan voor opbouwende kritiek van de leerlingen zal een logische tweede vraag zijn: “Op welke manier had ik deze les ook kunnen geven?” De leerlingen zullen met goede ideeën komen en met minder goede ideeën. Maar ik kan hierdoor mijn les wel aanpassen, zodat wanneer ik de volgende keer deze les zal geven, ik de les anders op zal bouwen. Hierdoor hoop ik dat de leerlingen de les leuker zullen vinden en gemotiveerd blijven om zich te concentreren op de les. Daarnaast zullen ze het prettig vinden om het idee hebben dat er naar hun geluisterd worden.

De praktijk.

In de praktijk zullen de leerlingen soms met opmerkingen komen die nergens op slaan of niet haalbaar zijn met jouw budget of op jouw locatie. Ze kunnen heel graag naar een echt ziekenhuis gaan om daar te leren de pols te voelen, maar ik heb hier met mijn opleiding geen budget voor. Dit kan ik de leerlingen dan ook gewoon uitleggen. Wel is het belangrijk om de leerlingen te waarderen voor hun inbreng in de situatie. Dus aan het einde van elke evaluatie bedank ik de leerlingen voor hun aandacht en inbreng. Ik waardeer het dat ze meedenken en zal hier de volgende keer zeker wat mee doen. Of wanneer het niet kan leg ik uit dat ik zeker wat met hun inbreng zou willen doen, maar dat het gewoon niet kan in verband met budget. Door dit op deze manier te benoemen benader ik de leerlingen op een volwassen manier. Over het algemeen waarderen ze dit en voelen ze zich hierdoor serieus genomen. Het gevolg hiervan is dat ze tijdens de volgende evaluatie weer opbouwende opmerkingen zullen maken omdat ze weten dat hier serieus mee omgegaan en gewaardeerd zal worden. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat er een prettige sfeer in het klaslokaal ontstaat.

Als teamleider zul je misschien meer gebruik maken van een procesevaluatie. Als leidinggevende wil je toch graag weten hoe jouw personeel vind dat er gewerkt wordt. Het mag duidelijk zijn dat ze niet bepalen of ze wel of niet moeten werken, maar de omstandigheden, manier waarop en de sfeer waarin dat gebeurt kunnen ze misschien wel beïnvloeden. En als leidinggevende is het de kunst om je werknemers niet het idee te geven dat ze mee mogen praten, maar te laten zien dat er naar ze geluisterd is!

goin up