Welke activerende werkvormen je tijdens een les gebruikt is afhankelijk van vele factoren. Het is erg belangrijk om tijdens de voorbereiding van je les over deze factoren na te denken. De vragen die je in de voorbereiding moet kunnen beantwoorden worden ook wel 8 didactische kernvragen genoemd. Eén van deze vragen gaat over welke werkvormen je zou willen gebruiken. Het is de uitdaging van een docent om de les zo afwisselend mogelijk in te richten voor de leerlingen. Daarbij rekening houdend met de verschillende wensen en leerstijlen van deze leerlingen.




En de wensen lopen nogal uiteen. Niemand is hetzelfde, dit geld zowel voor leerlingen als voor docenten. Het is daarom belangrijk dat je de leerlingen de lesstof op hun manier aanbiedt. Dus waarom zou jij je les niet zodanig inrichten dat de leerling zelf kan kiezen op welke manier hij de stof zou willen leren? Moeilijk hoeft dit niet te zijn. Google maar eens op de leerstijlen van KOLB. Als je in jouw les zorgt dat de leercyclus één of meerdere malen wordt doorlopen kan de leerling zelf beslissen wanneer hij instapt of wanneer hij weer uitstapt. Wat je hierbij dus nodig hebt is de kennis van verschillende leerstijlen, de 8 didactische kernvragen en vooral wat voorbereidingstijd. Tijd die docenten niet altijd hebben. Maar wanneer je extra prioriteit aan het uitdagend voorbereiden van je lessen geeft, dan zal dit zich op lange termijn terugbetalen. Wil jij de docent zijn die het rekenboek openslaat en verder gaat bij pagina 34 of wil jij de docent zijn waarbij de leerlingen zien dat jij als docent zijnde hun les belangrijk genoeg vond om extra leuk voor te bereiden?

Verschillende werkvormen

De lijst van activerende werkvormen die jij in je les zou kunnen gebruiken is oneindig lang. In hoofdgroepen kan je de werkvormen onderverdelen in de voordrachtvorm, gespreksvorm en opdrachtvorm. De truuk is om de werkvormen elke keer weer op een andere manier te gebruiken. Valkuil hierbij is dat de docent zoveel verschillende werkvormen gebruikt dat de leerlingen geen flauw idee hebben wat er nu van ze verwacht wordt. Denk hier dus van tevoren goed over na.

docent werkvormen

Voordrachtvorm

Bij de voordrachtvorm denken veel mensen aan een ouderwetse manier van doceren. Vroeger moesten de leerlingen altijd maar stil in de schoolbanken zitten en vooral goed luisteren. Althans, net doen alsof ze aan het luisteren waren. Daar nam de docent dan al genoegen mee. Toch kan je er als moderne docent tegenwoordig nog regelmatig voor kiezen om de voordrachtvorm te gebruiken. Dit kan met de tijdsfactor te maken hebben, het is een snelle manier van informatieoverdracht. Soms zijn de leerlingen al heel de ochtend bezig geweest met zelfstandig werken dan kunnen ze dat ook wel eens zat zijn, ook dan kan jij als docent ervoor kiezen om een gedeelte in de voordrachtvorm aan te bieden. Het is ook niet niks voor de leerling om elke les opnieuw weer je comfortzone uitgeduwd te worden met de opdracht om zelf je weg maar weer terug te vinden. En misschien vinden de leerlingen het soms ook gewoon wel eens prettig. Ik heb zelf de klas wel eens de keuze gegeven. Willen jullie zelfstandig gaan werken met een opdracht of willen jullie dat ik het ga doceren. Het was de laatste les op donderdagmiddag en ze hadden al heel veel moeten doen die dag en hadden behoefte aan een “gewone les”. Doceren hoeft trouwens niet saai te zijn, maar de uitdaging is om de leerlingen geboeid te houden. Langer dan 20 minuten achter elkaar doceren is daarom ook niet aan te raden. Veel zullen ze dan niet meer onthouden. Toch kan je ook je verhaal met hulp van het nodige beeld, geluidsmateriaal best inspirerend overbrengen. Uiteindelijk hebben de leerlingen driftig zitten schrijven en er zelf voor gezorgd dat ze actief bij het doceergedeelte betrokken bleven. Alleen maar omdat ze zelf hadden mogen kiezen! Als het onderwerp waarover je doceert jouw passie is, dan merken de leerlingen dat ook en zal het aanstekelijk werken!

Voorbeelden van voordrachtvormen: Instructie geven; vertellen; demonstratie met uitleg.

Gespreksvorm

Toch kan je het doceergedeelte best gemakkelijk afwisselen met een gespreksvorm. Dit doe je eigenlijk al wanneer je een vraag stelt aan de klas en anderen laat reageren op die vraag. Gebruik maar eens een stelling of stel maar eens een vraag waarvan je weet dat het iets bij de leerlingen los zal maken. Dit is de ideale manier om de leerlingen gepassioneerd te laten reageren. Het liefste niet naar jou toe maar naar elkaar. Het lastige hieraan is wel dat je niet 100% de controle hebt over de gang van de discussie of het gesprek dat zal ontstaan. Dit kan voor sommige docenten betekenen dat het ze afschrikt. Wanneer je onzeker bent kan dat ervoor zorgen dat jij beslist deze vorm maar niet te gebruiken. Maar wat heb je dan een kans laten lopen om de leerlingen echt te activeren! Zorg ervoor dat je boven de leerstof staat en de juiste start- en vervolgvragen hebt voorbereid. Wanneer je dan een paar keer geoefend hebt zal je merken dat het je steeds beter af zal gaan. Toch zal je ook merken dat deze gespreksvorm van sommige leerlingen niet hoeft. Die luisteren wel en denken misschien wel mee, maar zullen niet perse de behoefte hebben om mee te praten of anderen te overtuigen van hun mening. En dit moet ook kunnen. Voor jou als docent de uitdaging om af te wegen of het de leerstijl van de leerling is of dat hij gewoon al een paar dagen te laat naar bed gegaan is en door de docent gemotiveerd moet worden!

Voorbeelden van gespreksvormen: Discussie, mindmapping; onderwijsleergesprek; fotospel.

Voorbeeld mindmap

Opdrachtvorm

De opdrachtvorm is misschien wel de werkvorm waarbij je de meeste variabelen kan bedenken. Toch zijn er drie hoofdvormen. Dit zijn studeren of onderzoeken, weergeven en werken. Je kan de leerlingen individueel, in tweetallen of in groepjes indelen met daarbij theoretische of praktische opdrachten. Je kan het ze laten presenteren, uitvoeren, voorlezen etc. etc. De leerlingen zullen duidelijke kaders nodig hebben waarbinnen jij ze begeleid. Zijn deze kaders te onduidelijk heb je kans dat ze jouw leerdoelen niet zullen behalen en laat je ze niet vrij genoeg zullen ze zich misschien niet 100% inzetten. Wat wel belangrijk is met het bepalen van de opdrachtvorm is om altijd het leerdoel voor ogen te houden. Maak er niet een te grote, vage kermis van, maar verstrek de opdracht heel duidelijk. Tijdens het uitvoeren van de opdrachtvorm is het de taak van de docent om de leerlingen antwoorden op hun vragen te geven, de juiste richting in te sturen, maar ook inzicht te hebben in de sociale gebeurtenissen binnen de groep. Wie neemt welke rol op zich? Wie wordt er gepest of wie is ineens super gemotiveerd? Het is dus ook belangrijk dat je als docent nadenkt over welke leerlingen wel samen gaan werken of wie jij juist niet bij elkaar wilt hebben. Hiermee kan je het groepsdynamisch proces heel sterk beïnvloeden. Wees je daar al tijdens je voorbereiding al bewust van!

De opdrachten kunnen open of gesloten van aard zijn. Gesloten betekend dat er maar één oplossing is en open houdt in dat er meerdere oplossingen mogelijk zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het schrijven van een opstel of het geven van jouw mening. Als laatste is het belangrijk te bepalen wat het doel van de opdracht is. Dit kunnen er ook meerdere zijn. Enkele voorbeelden van doelen zijn: kritisch te denken, initiatief te nemen, zelfstandig informatie te zoeken, bewust te worden van hun eigen gedrag. etc.

Voorbeelden van opdrachtvormen: Genummerde hoofden; expertmethode; samen onderzoeken en presenteren.

Als je ideeën op wilt doen en meer voorbeelden wilt krijgen van verschillende activerende werkvormen klik je hier.

Uiteindelijk is het de uitdaging om de enkele leerling het gevoel te geven dat de les speciaal voor hem of haar op maat is gemaakt. Wanneer de leerling het gevoel heeft dat de docent de les goed heeft voorbereid zal hij of zij zich ook meer inzetten tijdens de les. Uiteindelijk blijven leerlingen individuen die behoefte hebben aan aandacht en dat kan jij ze geven door de verschillende werkvormen op de juiste manier in te zetten. Voel je vrij om hier mee te gaan experimenteren. Laat vooral weten wat jouw ervaringen zijn met het toepassen van de verschillende werkvormen. Dit kan bijvoorbeeld op onze Facebook pagina, op ons Forum of onder aan deze pagina. Heel veel succes!

Bronnen:

Het didactische werkvormenboek, door Piet Hoogeveen,Jos Winkels

goin up