Of je nu al jaren les geeft of net gaat beginnen. Iemand die zo goed mogelijk les wilt geven is altijd bezig om naar manieren te zoeken waarmee hij zijn manier van lesgeven nog kan verbeteren. Dit betekent dat je open moet staan voor feedback van collega’s, maar dit kan ook betekenen dat je een lesplan gaat gebruiken. Ik werk al jaren met een lesplan en ken al deze punten uit mijn hoofd. Omdat ik altijd gewend ben om in een vaste volgorde mijn les op te bouwen kan ik het nu ook uit mijn hoofd toepassen. Dit is natuurlijk weer erg handig wanneer je vijf minuten van tevoren te horen krijg dat je even een les van een collega over moet nemen. Wanneer je dit onder de knie hebt is dat geen reden meer om zenuwachtig te worden! Op deze pagina vindt je een goede basis voor jouw eigen persoonlijk lesplan.




Op een eerdere pagina heb ik uitgelegd hoe je de les goed voor kan bereiden door de 8 didactische kernvragen te beantwoorden. In het begin kost dit best wat tijd. Misschien wel meer tijd dan dat de les gaat duren. Maar wanneer je deze vragen beantwoord hebt heb je alle informatie die je voor de les nodig hebt. Deze informatie hoef je dan alleen nog maar te knippen en plakken in een lesplan. Ik ga er dan wel vanuit dat je de lesstof al wel beheerst. Je kan immers geen lesgeven wanneer je zelf de stof niet beheerst! Dus wanneer je Engels gaat geven is het wel belangrijk dat je Engels op niveau is. Anders is stap 1 om zelf in de boeken te duiken en je in de lesstof te verdiepen. De leerlingen zullen het al snel merken wanneer je de leerstof niet beheerst. De leerlingen kunnen kritisch zijn. Je wil als docent zijnde toch niet met je mond vol tanden staan wanneer leerlingen vragen hebben?

Wanneer je de les daadwerkelijk gaat geven zou het heel erg knap zijn om dat compleet uit je hoofd te doen. Wat er dan echter ontbreekt is structuur. En structuur is juist wat de leerlingen nodig hebben! Dus het moet niet je streven zijn om de les compleet uit je hoofd te geven. Stel dat er dingen gebeuren tijdens de les die je niet verwacht had? Wanneer je niet goed bent voorbereid zou je hierdoor kunnen vergeten bepaalde leerdoelen te behandelen. Maar wil je dat? Laat jij je hierdoor van je structuur wegduwen of is het dan prettig om even op het lesplan te kunnen kijken? Daarnaast kunnen de leerlingen het alleen maar waarderen dat ze zien dat jij de les goed hebt voorbereid!

Een les wordt opgebouwd met een begin, kern en einde. De opbouw van het begin en het einde van de les is altijd hetzelfde. Hou jij ook deze volgorde aan? Mooi, want dan weet je zeker dat je niets vergeet!

Dit is een voorbeeld van een lesplan zoals ik die gebruik voor het begin van de les, wanneer je op het lesplan klikt wordt het groter weergegeven.

Korte toelichting over het begin van de les:

Punt 1 van je lesplan: Stoom afblazen. Begin met een lolletje, laat de leerlingen vertellen wat ze bezig houdt. Ze kunnen het maar beter kwijt zijn! Houdt het wel een beetje beperkt, want de leerlingen zijn gehaaid genoeg om op deze manier tijd te gaan rekken en zo niet aan de les te hoeven beginnen.

Punt 2 van het lesplan: Inleiding van de les. Vertel in een duidelijk verhaal waar deze les over zal gaan, zodat de leerlingen de kans krijgen “in het plaatje” te komen.

Punt 3: Vertel wat de leerdoelen zijn. Wanneer de leerlingen weten wat er van ze verwacht wordt zullen ze regelmatig hun best doen dit zo snel mogelijk te beheersen. In hun gedachten zijn ze dan maar van de les af. Laat ze deze leerdoelen ook opschrijven. Dus vertel ze wat de leerdoelen zijn of schrijf het op het bord.

Punt 4: Leg uit waarom het zo belangrijk is om deze les te volgen. Met dit verhaal moet je de leerlingen motiveren om jouw les te gaan volgen. Dit kan je dicht bij ze houden door te zeggen dat dit een voorbereiding voor hun examen is, maar het examen is voor hun gevoel nog zo ver weg! Dus motiveer ze door voorbeelden te gebruiken die aansluiten in hun belevingswereld. Dit zijn voobeelden over nu, maar ook over later.

Punt 5 van het lesplan: Geeft de structuur van de les weer. Kortgezegd, je verteld in grote lijnen hoe de les opgebouwd is en de regels die tijdens de les gelden. De leerlingen weten zo waar ze aan toe zijn en wat ze deze les gaan doen. Dit zal voor een bepaalde rust zorgen. Stel je maar eens voor dat je iets saais moet doen, maar je weet niet voor hoe lang! Is het niet een stuk prettiger te weten dat je het maar tien minuten hoeft te doen?

Punt 6 van het lesplan: Vraag de klas of ze nog vragen hebben over deze les. Zo niet, stel dan controlevragen. Leerlingen zeggen wel dat ze het weten, maar het blijkt keer op keer dat ze dan maar ja knikken om er vanaf te zijn. Voor jou als docent is het wel belangrijk dat ze actief luisteren. Dus wanneer ze weten dat ze gecontroleerd worden zullen ze harder hun best doen om alles te onthouden. Dit is de structuur die ze willen!




De kern is vaak het langste gedeelte van de les en dus ook van je lesplan. De opbouw van de kern is in de basis ook altijd hetzelfde. Je begint met het behandelen van theorie en vervolgens ga je dit in de praktijk beoefenen. Na het beoefenen bespreek je met de klas het verloop van de oefening. Wanneer je nog een tweede en/of derde leerdoel hebt herhaal je deze cyclus. Dit is de structuur van de kern van je les. De manier waarop je een opdracht correct en duidelijk moet verstrekken vindt je op de pagina over het gebruik van de opdrachtvorm.

Dit is een voorbeeld van een lesplan zoals ik die gebruik voor het de kern, wanneer je op het lesplan klikt wordt het groter weergegeven.
Onthoudt wel dat dit een extreem korte versie van een kern van de les is!

De kern van de les is het gedeelte waarin je doet wat je beloofd hebt. Dit kan je zo uitgebreid maken als je zelf wilt. Maar des te vaker je lesgeeft, des te korter je dit kan houden. Ben je nog onzeker en bang dat je iets vergeet? Schrijf dan bijna letterlijk op wat je wilt behandelen en vragen. Dan heb je altijd een document om op terug te vallen. Het maakt dan ook niets uit wanneer je een lesplan van 5 of 6 kantjes hebt. Probeer er geen wedstrijd van te maken om een lesplan zo snel mogelijk, zo kort mogelijk te maken. Het is geen wedstrijd. Het gaat erom dat jij voldoende voorbereid met veel zelfvertrouwen voor de klas staat!

Zoals gezegd heeft het einde van de les altijd weer dezelfde structuur.

Waar de structuur van de kern van les per les kan verschillen is het belangrijk het einde van de les altijd volgens een vaste structuur te behandelen. Zo bereik je dat het vanzelf een automatisme gaat worden. En je komt erachter of je de les niet voor niets gegeven hebt. Je motiveert ze om het nog eens door te lezen wanneer het nog onduidelijk is en geeft ze een pluim wanneer ze goed gewerkt hebben. Hebben ze niet goed gewerkt is het belangrijk om dat ook te benoemen. Vertel dan ook dat je dat de volgende les anders wilt zien! Daarnaast is het prettig voor de collega die de volgende les over dit onderwerp moet geven om te weten of jij je leerdoelen hebt gehaald. Misschien kom je er wel achter dat iemand het niet begrijpt, dan kan je dit aan je collega doorgeven. Dit zou je zelf toch ook willen weten wanneer je de volgende les van je collega zou overnemen?

Ik heb je nu voorbeelden gegeven van een basis lesplan zoals ik dat gebruik. Een lesplan is een persoonlijk iets. Dus pas het aan zoals jij het prettig vindt werken. Maar is het niet gewoon al fijn om een structuur te hebben waarop je altijd weer terug kan vallen? Deze voorbereiding alleen al zal ervoor zorgen dat je een stuk minder zenuwachtig bent dan dat je zonder goede voorbereiding geweest zou zijn!

goin up