Bij de Koninklijke Landmacht gebruiken ze rangonderscheidingstekens om te kunnen zien welke positie de persoon heeft die ze tegenkomen. Het zorgt ervoor dat er op respectvolle wijze met elkaar omgegaan kan worden en dankzij deze rangonderscheidingstekens kan soms ook gezien worden welke functie een persoon bekleedt.




Pyramide

De Koninklijke Landmacht kent zijn eigen rangen en standen. De volgorde lijkt vaak wel op andere krijgsmachtdelen, maar de manier waarop je ze kan herkennen verschilt per onderdeel. In dit artikel zie je de rangen van de Nederlandse Landmacht.

Om te beginnen is het handig te weten dat de rangen in drie hoofdgroepen verdeeld zijn. Te weten de manschappen, de onderofficieren en de officieren. De lage rangen zitten bij de manschappen, het middenkader zijn de onderofficieren en het hoger kader zijn de officieren. Je ziet dat in een gezonde organisatie er meer manschappen dan officieren zijn. In het leger worden extreem veel afkortingen gebruikt, dus is het logisch dat de rangen ook afgekort worden.

De manschappen.

De manschappen kun je vergelijken met het werkvolk; de specialisten die daadwerkelijk het belangrijkste werk doen. Deze mannen en vrouwen zijn het grootste vertegenwoordigd binnen de landmacht. Dat is logisch want dit zijn de echte werklui. Van metselaars en infanteristen tot ambulance chauffeurs en administrateurs. Je vindt ze allemaal bij deze rangen. Zonder deze rangen zou het onmogelijk zijn voor de Landmacht om haar werk te doen. De rangen die je hieronder ziet zijn de basisrangen. Dat betekend dat er nog vele kleine veranderingen kunnen zijn, bijvoorbeeld wanneer je bij de cavalerie of bij de administratie werkt. Ook de korporaal der eerste klasse die de opleiding voor leidinggevende korporaal gedaan heeft, heeft een extra herkenningsteken.

Dit zijn de basisrangen waarbij de soldaat der tweede klasse de laagste rang en korporaal der eerste klasse de hoogste rang is:

Manschappen

De Onderofficieren.

De Onderofficieren zijn het middenkader van de landmacht. Deze mensen geven leiding aan de manschappen, maar moeten verantwoording afleggen aan de officieren. Ze zorgen dat het plan van de officieren wordt door gecommuniceerd aan de manschappen en daarna ook op deze manier wordt uitgevoerd. Ook hierbij zijn er vele extra herkenningstekens die aan de rangonderscheidingstekens toegevoegd kunnen worden. Om het overzichtelijk te houden laat ik alleen de basisrangen zien.

Dit zijn de basisrangen waarbij de sergeant de laagste en de adjudant de hoogste rang is:

Onderofficieren



De officieren.

De officieren zijn het hoger kader van de landmacht. Deze mensen geven leiding aan de onderofficieren en in sommige situaties ook aan de manschappen. Dit zijn over het algemeen de mensen die het beleid maken of het plan bedenken om een actie uit te kunnen voeren. Ze zijn dus minder op de “werkvloer” te vinden dan de onderofficieren. Om het overzichtelijk te houden laat ik hier ook alleen de basisrangen zien.

Dit zijn de basisrangen waarbij de tweede luitenant de laagste en de generaal de hoogste rang is:

Officieren

Onthoud dat dit de basis is van de rangen. Er bestaan tientallen aanvullingen op deze rangen.

goin up